• Op deze Duitse kaart van vóór 1920 gaat het om 'Sankt Nikolaus', maar dan wel op kerstavond en dus eigenlijk om de Kerstman.

    Collectie Peter van Trigt

De tijd is aan Sinteknecht

CASTRICUM Sint is vertrokken, dus Sintkenner Peter van Trigt richt zich op een ander mythisch figuur: de Kerstman. Of toch niet?

Peter van Trigt

Wie de gebogen grijsaard op deze Duitse kaart ziet denkt ongetwijfeld aan de Kerstman. Op de tafel staat immers een mooi versierde kerstboom. Wie aandachtiger kijkt, ziet echter dat de oudere kinderen met gevouwen handen voor hem staan. En dat zou eigenlijk een belletje moeten doen rinkelen. De tekst op de achterkant van de kaart neemt elke twijfel weg. Er staat: Weihnachtskarte Nr 16, Sankt Nikolaus (kerstkaart nr 16, Sint Nicolaas). Als het hier niet gaat om de Kerstman, waarom lijkt hij er dan zo sterk op? De verklaring is misschien lastig te volgen, maar in wezen heel eenvoudig. Sint-Nicolaas heeft in alle landen waar hij verschijnt bijna altijd een helper bij zich. Die doet het vuile werk, zoals het torsen van de zak en het straffen met de roe.

ZO HEER, ZO KNECHT Bij ons was en is die rol toebedeeld aan Zwarte Piet, wiens naam naar zijn afkomst verwijst. Tot aan het eind van de 19e eeuw was het een bijnaam van de duivel. Het woord duivel was immers een taboewoord dat je niet mocht uitspreken. Dan'trapte je hem op zijn staart' en riep over jezelf onheil af. Andere bijnamen zijn Joost mag het weten, Droes en Drommels. In Duitsland was Sints meest gebruikelijke begeleider Knecht Ruprecht.

Na de reformatie – die Maarten Luther in 1517 ontketende – was een Roomse heilige als Sint-Nicolaas niet langer welkom. Het kinderfeest bleef bestaan, maar Sint zelf ging ondergronds. Bovendien verschoof door Luther het feest van 6 naar 24 december. De geschenken werden nu meestal onzichtbaar door het kerstkind op kerstavond gebracht. Niet langer in de schoen maar in of onder de kerstboom. Waar de geschenken nog wel 'persoonlijk' werden bezorgd, werd dat uitsluitend de taak van de helper.

DE CIRKEL ROND Knecht Ruprecht nam tevens de rol van zijn heer erbij en werd zowel beloner als bestraffer. Hij controleerde, net als daarvoor de Sint, of de kinderen hun gebeden konden opzeggen – vandaar die gevouwen handen – en of ze vlijtig en gehoorzaam waren. Op den duur nam hij in sommige streken – maar niet overal - zelfs de naam van zijn meester over: 'der Nikolaus' of 'Sankt Nikolaus.' Beide namen worden in het Duitstalige gebied - naast die van Knecht Ruprecht - nog steeds voor de Kerstman gebruikt.

In de loop van de tijd kreeg die knecht vaak zelf weer een knecht, waardoor het in onze ogen lijkt, alsof het om twee Kerstmannen gaat. De een heet dan Sankt Nikolaus en de ander Knecht Ruprecht of der Krampus. En om het nog ingewikkelder te maken, komt de heilige zelf soms weer in beeld, vaak in begeleiding van het Christkind. Daarnaast zie je tegenwoordig steeds vaker der Weihnachtsmann, een figuur die net als de Kerstman bij ons geen enkele inhoud heeft.