• Catharina in haar zomerhuisje

    Nicole Kleine Staarman

Wonen in Castricum (2) Catharina (50) woont al vijf jaar in een zomerhuisje

BAKKUM Als iets de gemoederen bezig houdt in Castricum, is het wel de sociale huurwoningbouw. In alle discussies is iedereen het over één ding eens: er moeten sociale huurwoningen bijkomen. Is er echt een tekort en zo ja: wie is hier verantwoordelijk voor, wat heeft dit voor effect en wat zijn mogelijke oplossingen? Het Nieuwsblad voor Castricum gaat op zoek naar de antwoorden op deze vragen. Deze week deel 2 met een verhaal van een terugkerende Castricumse die na een bewogen tijd een nieuw bestaan wil opbouwen in de omgeving waar zij zich thuis voelt.

'Castricum is mijn thuis'

CATHARINA Dat het leven niet over rozen gaat, bewijst het verhaal van Catharina Sanders-Mandjes. Een liefdevolle, hardwerkende vrouw die er na de dood van haar man alleen voor kwam te staan met haar twee kinderen. Een nieuwe liefde bleek het begin van nog een zware periode.

Dertien jaar geleden overleed Catharina's toenmalige man. "We woonden toen aan de Poelven met onze twee dochters van twaalf en veertien. Het was een zware tijd". Het tij leek te keren toen ze twee jaar later haar huidige man leerde kennen. Hij kwam uit het zuiden en had zelf vier kinderen. Om al deze kinderen onderdak te kunnen bieden, kochten ze een groot huis in Ermelo. "Het leek zo mooi, maar het was op zijn zachts gezegd niet eenvoudig, zo'n samengesteld gezin. Daarbij kwam alles op mij neer omdat mijn man de eerste periode nog twee banen had". Het verlies van haar vertrouwde omgeving, de problemen met de kinderen, een man die nooit thuis was; het was meer dan Catharina aankon. De enorme heimwee naar wat ooit was, maakte dat Catharina ervoor koos terug te gaan naar de omgeving van Castricum. Haar man begreep het en besloot met haar mee te gaan. "In eerste instantie wilde ik dit niet. Maar ondanks alles hield ik toch van hem, wilde ik het samen proberen", verklaart Catharina. Met de wetenschap dat hij veel sollicitaties had lopen, nam haar man alvast ontslag om zijn werkgever de tijd te geven een vervanger te zoeken. Een enorme fout, zo bleek. Met als resultaat geen werk, gedwongen verkoop van het huis en een enorme schuldenlast die ze samen moesten dragen. In die tijd woonde alleen nog een zoon van haar man bij hun, die onderdak vond bij een goede vriend. Ze kwamen in een caravan terecht in Egmond aan de Hoef, waar ze tegen de winter weer moesten vertrekken. "Via de kerkgemeenschap vond ik een zomerhuisje in Bakkum. Alles wat we nodig hadden in een notendop op een prachtige locatie. Een geschenk uit de hemel".

Catharina woont alweer vijf jaar in het knusse zomerhuisje in Bakkum. De eerste jaren met haar man, maar ze besloten dat het beter was om apart te wonen. "Mijn man had het moeilijk met het feit dat hij geen werk kon vinden en was de hele tijd thuis. Dan blijkt zo'n huisje echt te klein voor twee". Catharina's man vertrok en woont sindsdien op kamers in Heerhugowaard waar hij werkt en een opleiding volgt. Met hulp van de schuldhulpverlening zijn de schulden bijna afgelost, wat lucht geeft voor de toekomst. Catharina: "Ik werk, ben mantelzorger en een van mijn dochters woont hier. Castricum is mijn thuis; ik ben toch beschadigd en daardoor kwetsbaarder na zoveel te hebben meegemaakt. Ik heb deze vertrouwde omgeving nodig". Ze is dankbaar voor haar zomerhuisje, maar het is eigenlijk niet bedoeld voor permanente bewoning. "Ik sta ondertussen bijna zes jaar ingeschreven voor een sociale huurwoning en wil ontzettend graag een nieuwe start maken met een huisje waar ik ook mijn kinderen en kleinkinderen kan ontvangen. Dat zou mij zielsgelukkig maken".

DE WET In veel verhalen komt naar boven dat mensen zich in steek gelaten voelen door de eigen gemeente. Na alle moed bijeen geraapt te hebben, wordt de trots opzij gezet en kloppen zij aan voor hulp bij diverse overheidsinstanties. Waar ze vervolgens krijgen te horen dat ze weinig voor hen kunnen doen. Heeft de gemeente dan geen plicht om hun inwoners te helpen in dit soort situaties? De eerste levensbehoeften van de mens zijn zuurstof, eten, drinken, onderdak en kleding. Hoe is het eigenlijk wettelijk geregeld met dat onderdeel waar wij in deze serie aandacht aan besteden: onderdak; oftewel: huisvesting. In artikel 22 lid 2 van de grondwet staat 'bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid'. Verder onderzoek geeft aan dat de staat enkel bemiddelaar is en de gemeente verantwoordelijk voor huisvesting van haar inwoners. Bij aantoonbare schaarste (vraag is hoger dan aanbod) stelt de gemeente een huisvestingsverordening op. In deze verordening staan de toewijzingsregels voor goedkope huurwoningen. Bijvoorbeeld waaraan een woningzoekende moet voldoen om urgent te zijn.

De gemeente Castricum heeft zo'n verordening waaruit blijkt dat zij zich bewust is van de krapte op de sociale huurwoningmarkt. Met de wettelijke bepaling dat de gemeente moet zorgen voor voldoende woonruimte, is er genoeg reden voor het gemeentebestuur heel hard aan het werk te gaan om het woningbestand op orde te krijgen. Wilt u reageren op de serie 'wonen in Castricum", of heeft u zelf een verhaal? Dat kan op onze de Facebookpagina onder gelijknamig artikel, of mail nieuwsbladcastricum@bdu.n