• Truus heeft haar periode bij Hoogovens ver achter zich liggen, maar ze kijkt er met veel plezier op terug.

    Henk de Reus
  • Het 'Vrouwen Hoogovenboek'.

    Henk de Reus

Hoogovens was mannenbolwerk

In de aanloop naar de festiviteiten rond het 100 jarig bestaan van Hoogovens (nu Tata Steel) en de Week van de Industrie besteedt deze krant aandacht aan personen die hun ervaringen met de staalgigant willen delen. Henk de Reus zocht Truus van der Veer (61) op. Zij werkte van 1978 tot 1982 bij Hoogovens.

'Seksistische opmerkingen waren taboe'

Truus van der Veer had heel andere plannen toen zij haar opleiding op het gebied van verzekeringen en hypotheken had afgerond. Ze stuurde in 1978 een open sollicitatie naar het Assurantiekantoor van Hoogovens, maar kreeg te horen dat er geen vacatures waren, maar dat Hoogovens wel vrouwelijke kraandrijvers zocht. Reden: men kon geen mannelijke vinden. Truus "Dat leek mij een leuk avontuur en ik liet mij dit geen twee keer zeggen. Dus gesolliciteerd, een opleiding van twee weken gevolgd en als kraandrijver aan de slag bij Koudband 1. Vrouwelijk personeel had in die tijd voornamelijk een kantoorfunctie. Op de werkvloer waren het vooral mannen die de scepter zwaaiden".

ARBEIDSINSPECTIE Truus mocht alleen in de dagdienst werken. "Voor het draaien van nachtdiensten was toen ontheffing nodig van de Arbeidsinspectie. Deze kwam een half jaar later. Dit betekende dat vrouwen ook in het productieproces functies in de 4 ploegendienst konden gaan bekleden. Dit was voor mij ook het moment om naar iets anders uit te zien, want het werk als kraandrijver was best een eenzaam bestaan. Ik werd toen bedieningsvrouw bij de inpaklijn van Koudband 1. Vanaf dat moment werden er ook vrouwen aangenomen als kwaliteitscontroleur. Omdat het aantal vrouwelijke werknemers aanzienlijk toenam moesten er, op gezag van de Arbeidsinspectie, binnen het bedrijf allerlei voorzieningen komen en bestaande voorzieningen worden aangepast". Truus heeft de notulen van de desbetreffende vergadering uit 1980 bewaard en laat deze zien. "Voor dames moesten aparte toiletten, kleedruimtes en douches komen. Ook werd er speciaal veiligheidsschoeisel en -kleding aangeschaft".

EMANCIPATIE Truus werkte ook af en toe als verlader in de hal waar staalplaten tot pakketten werden gemaakt. Zij herinnert zich nog een gebeurtenis die er op duidt dat vrouwelijke kraandrijvers voor buitenstaanders nog een onbekend fenomeen was. "Op een dag reed er een vrachtwagen de hal in. De chauffeur vroeg naar de verlader om de papieren af te geven. Toen ik zei dat ik de verlading zou doen keek hij niet blij, maar het werd echter nog veel erger toen ik zei dat Marian de kraan bediende. Om hem gerust te stellen zei ik nog dat mijn collega Marian een uitstekende kraandrijver was, die geen aanwijzingen nodig had. Het hielp niet en voor deze chauffeur was de maat vol. In zijn beleving waren deze functies nog typisch 'mannenberoepen'. Vrouwenemancipatie kwam kennelijk nog niet in het woordenboek van deze chauffeur voor, want hij wilde zijn wagen absoluut niet door een vrouw geladen hebben. Dat waren immers brokkenmakers. Hij zou wel wachten op de volgende ploeg (het was vlak voor de ploegwisseling). ´Nou prima hoor´, zei ik met een grijns, ´maar wel pech hebben voor je want in de volgende ploeg rijdt ook een vrouw op deze kraan!´ Uiteindelijk heeft hij bakzeil moeten halen want via een belletje met zijn werkgever kreeg hij te horen 'gewoon te gaan laden'. Hij koos toen toch maar eieren voor zijn geld", zegt Truus met enig leedvermaak.

ONTGROENING Truus zat tijdens de pauzes gewoon tussen de mannen in de lunchruimte bij de inpaklijn. Terwijl de meeste mannen gezellig aan het kaarten waren zat ze lekker ontspannen een boek te lezen. "Seksistische opmerkingen of andere, minder leuke opmerkingen die bij de deur werden gemaakt, werden direct door de aanwezige mannen geneutraliseerd met een 'laat haar met rust'. Er was nooit gezeur, ik was gewoon één van hen.¨

¨Vrouwen die nog maar kort in dienst waren kregen van de mannelijke collega's steevast een ontgroeningstest. Dan smeerden ze bijvoorbeeld een klodder vet onder de deurkruk van het damestoilet. En een schik dat ze hadden als de nieuwelinge dit niet in de gaten had. Het waren begin speldenprikjes, want je werd al gauw in de groep opgenomen. Gaandeweg zag je de houding van mannen in positieve zin veranderen. Zelf heb ik geen last van vervelende mannen, want ik had de mannen meestal direct door. Kennelijk dwong ik respect af, want ik herinner me dat ik eens tussen twee man in moest springen omdat ze ruzie maakten. Ze schrokken kennelijk van mij want het was meteen over.¨

HOOGOVEN 'VROUWENBOEK' Nadat zij vier jaar bij Hoogovens had gewerkt verhuisde Truus in begin 1983 met haar man naar Brabant. Ze kijkt met heel veel plezier terug op haar Hoogoventijd. Haar ervaringen zijn opgetekend in het vrouwenboek' van het Hoogovenmuseum. De titel van het boek 'Zonder vrouwen geen staal' laat niets aan duidelijkheid te wensen over.

In de 'Week van de Industrie' (22 t/m 28 oktober) rijdt een speciale Hoogovenbus door Noord-Holland om oud werknemers op te pikken en naar Velsen te brengen, waar die week allerlei culturele evenementen worden gehouden. 's Avonds wordt men weer keurig thuis afgezet. Truus heeft al een plaats gereserveerd en ziet er naar uit. Ze hoopt een aantal oud-collega's te ontmoeten.